|
De meest gestelde vragen over de
vLocPro Kabeldetectors
Wat is de maximum diepte dat ik kan
lokaliseren?
De diepte hangt af van het signaal dat wordt gedetecteerd. Als
algemene regel geldt dat de maximale diepte waarop een kabel wordt gedetecteerd
ca. 7m is
Is het mogelijk om de diepte van de
desbetreffende kabel te berekenen?
Ja, indien
men de kabeldetector met één enkele antenne horizontaal gebruikt, kan dit worden
gedaan met behulp van de "70%-methode".
Selecteer
de kabel en stel de kabelzoeker zo af, dat de meter helemaal uitslaat (100%).
Houdt de zoeker dichtbij het wegdek, beweeg het naar links en naar rechts tot de
meter vermindert tot 70% en markeer deze twee punten. De afstand tussen de twee
gemarkeerde punten, vermenigvuldigd met twee, is de diepte naar het midden van
de kabel.
Kan ik de
diepte van de kabel meten?
Ja, de detector maakt gebruik van twee
horizontale antennes voor het meten van de diepte. De sterkte van de signalen
over deze twee horizontale antennes wordt met elkaar vergeleken en het systeem
gebruikt deze gegevens om de diepte te kunnen berekenen, het resultaat is op de
display af te lezen.
Hoe nauwkeurig is de gemeten diepte?
Als basisregel geldt dat de meetnauwkeurigheid
5% kan verschillen van de werkelijke diepte.
Waar kun je het beste de diepte
opmeten?
De beste plaats is op een recht gedeelte van de
kabel. Vermijd T-splitsingen, bochten, of significante verschillen in de
meetwaarde. Indien men toch de diepte wil weten, probeer dit te doen op
tenminste tien meter afstand om eventuele effecten van signaalvervorming uit te
sluiten. Als de zender in de inductiestand staat, meet dan nooit de diepte
binnen 30 meter afstand.
Hoever reikt het signaal dat de zender
uitstuurt?
Dit is één van de meest gestelde vragen en
tevens ook één van de lastigste;
Het
signaalverlies op een bepaalde lijn is een gevolg van diverse elektrische
eigenschappen, onder andere geleidingsvermogen, capaciteit en inductie ten
opzichte van de grondsoort en andere aangrenzende metalen lijnen.
Factoren
die invloed hebben op de reikwijdte van een signaal zijn:
• Geselecteerde
frequentie
• Conditie van de kabel
• Grondsoort
• Effecten van
overspraak
• Gevoeligheid van de ontvanger
• De stroom die op de kabel is
gezet
Het is niet mogelijk om de
kabeleigenschappen zelf te veranderen, dus minimaliseer de factoren die invloed
hebben op het uitgezonden signaal.
Om ervoor te zorgen dat het signaal
zover mogelijk komt, is het mogelijk om de frequentie van het signaal aan te
passen aan de omstandigheden. Probeer altijd de laagst mogelijke frequentie uit
te sturen, omdat deze het verst draagt. Maak eerst gebruik van de directe
verbinding om het signaal over te brengen op de kabel. Is dit niet mogelijk,
gebruik dan de signaalklem en in de laatste plaats inductiestand. Voor elke
situatie is er een optimale frequentie inzetbaar. Door met verschillende
frequenties te experimenteren kan men achterkomen welke deze
is.
Kan ik niet-metalen leidingen
opsporen?
Doorgaans is het niet mogelijk om niet-geleidende
of niet-metalen leidingen met alleen een kabelzoeker op te sporen. Enkele
nutsbedrijven zetten een stroomdraad op of naast hun niet-metalen leiding, zodat
deze op normale wijze kan worden opgespoord.
Niet-metaalhoudende leidingen en buizen, kunnen worden gelokaliseerd
met behulp van het inbrengen van een sonde of een zoekpees.
Wat is een passief signaal?
Power en
Radio worden beschouwd als passieve signalen; deze signalen zijn vaak "van
nature" aanwezig op metalen geleiders en bieden zij een handvat voor het
opsporen van de kabels zonder de noodzaak om een zender aan de kabel te
verbinden. Stroomkabels zenden op 50 Hz uit, welke worden gedetecteerd door de
ontvanger in te schakelen in de juiste modus. Echter, ten gevolge van overspraak
kunnen power-signalen ook aanwezig zijn op andere metalen kabels en
leidingen.
Lange golf radiosignalen gaan de grond in en volgen de
ondergrondse metalen geleidingen, welke gedetecteerd worden door de zoeker op de
“radio stand”
Wat is een actief signaal?
Een actief signaal wordt uitgezonden op een specifiek
uitgezochte frequentie door een zender die direct gekoppeld is aan een metalen
leiding, signaalklem of via inductie. Een actief signaal stelt de gebruiker in
staat om zich te richten op een specifieke geleider en deze te volgen.
Wat is het verschil tussen directe
verbinding en inductie?
De directe verbinding
betekent dat de zender rechtstreeks is aangesloten op de te volgen kabel. Bij
inductie produceert de zender een elektromagnetisch veld met behulp van een
interne spoel. Dit elektromagnetisch veld wordt overgebracht op de ondergelegen
geleider. Directe verbinding is de eerste keuze, omdat deze methode gebruik
maakt van lagere frequenties, waardoor het risico van overspraak naar
aangrenzende metalen lijnen gering is. Echter, in sommige gevallen kunnen er
geen directe verbindingen tot stand gebracht worden, hier biedt inductie de
oplossing.
Wat is overspraak en waarom heeft dat
invloed op het lokaliseren?
Bij het lokaliseren van kabels en
leidingen worden niet de daadwerkelijke kabels opgespoord, maar de magnetische
velden die deze ontwikkelen, wanneer er stroom (zowel actief als passief)
doorheen loopt. Daarom, alles wat van invloed kan zijn op het magnetisch veld,
dat kunnen verschillende redenen zijn, kan van invloed zijn op de meetwaarden
die het display geeft (stroom en diepte).
Wat voor invloed heeft betonijzer
op het verstuurde signaal?
Bij een gebied waar veel betonijzer
voorkomt (gewapend beton), kan het signaal verloren gaan of onduidelijkheden
vertonen. Als dit gebeurt, dan is dit te wijten aan het betonijzer. Om dit te
controleren, verplaats de detector ongeveer 0,5 meter omhoog, of breng het ter
hoogte van de knie en verminder de gevoeligheid van de ontvanger. Dit moet de
invloed van het betonijzer op het signaal verminderen.
Hoe meet ik de stroom?
Deze functie werkt net zoals diepte berekening.
De
vLocPro heeft een functie die de stroom meet, welke de gebruiker kan helpen om
de juiste identificatie van de kabel vast te stellen. Deze functie is ook nuttig
om te zien hoeveel signaal er staat op een willekeurig punt, deze kunnen helpen
bij het lokaliseren van storingen en aflezen hoeveel stroom er nog over is op de
kabel.
Hoe nauwkeurig is de gemeten stroom?
Als algemene
regel geldt dat de meetnauwkeurigheid 5% kan verschillen van de werkelijke
stroom.
|